Prinsjesdag & jouw wagenpark
Prinsjesdag 2026: wat betekent dit voor jouw wagenpark?
Vanaf 2027 verandert er veel voor zakelijke mobiliteit. Van de nieuwe pseudo-eindheffing en stijgende bijtelling tot zero-emissiezones en veranderende regels voor bestelauto’s. Wat betekenen deze ontwikkelingen concreet voor jouw wagenpark? En welke keuzes kun je nu al maken?
De mobiliteitswereld verandert snel. Ook de plannen die tijdens Prinsjesdag 2026 bekend zijn gemaakt, hebben direct invloed op ondernemers en hun wagenpark. Kosten veranderen, fiscale voordelen voor elektrisch rijden worden verder afgebouwd en steden stellen strengere eisen aan bedrijfswagens.
Voor veel ondernemers is het daarom verstandig om niet af te wachten tot nieuwe regels ingaan, maar nu al vooruit te kijken.
Direct alle informatie in je mailbox? Download onze whitepaper [ Prinsjesdag 2026: zo maak je jouw wagenpark klaar voor 2027 | Broekhuis ]
Pseudo-eindheffing: nieuwe kosten voor fossiele auto’s
Een van de belangrijkste veranderingen vanaf 2027 is de pseudo-eindheffing. Werkgevers betalen jaarlijks 12% over de cataloguswaarde van een benzine-, diesel- of hybride personenauto die ook privé wordt gebruikt. Deze heffing komt bovenop de reguliere bijtelling en mag niet worden doorberekend aan de medewerker.
Voor bestaande fossiele en hybride auto’s die vóór 1 januari 2027 ter beschikking zijn gesteld, geldt onder voorwaarden een overgangsregeling tot 1 januari 2031. Het moment waarop je voertuigen vervangt, wordt daardoor extra belangrijk.
Heb je een wagenpark met meerdere fossiele of hybride auto’s? Kijk dan nu alvast naar:
de looptijd van je huidige leasecontracten;
geplande vervangingsmomenten;
het privégebruik van de auto’s;
de mogelijkheden om over te stappen op elektrisch rijden.
Zo krijg je op tijd inzicht in de impact van de nieuwe heffing.
Elektrisch rijden: minder fiscaal voordeel, meer mogelijkheden
Ook de fiscale voordelen van elektrisch rijden worden de komende jaren kleiner. In 2027 stijgt de bijtelling voor volledig elektrische auto’s naar 20% over de eerste € 30.000 van de cataloguswaarde en 22% over het meerdere. Vanaf 2028 geldt 22% over de volledige cataloguswaarde.
Tegelijkertijd wordt het aanbod van elektrische auto’s steeds groter. Van compacte modellen tot SUV’s en voertuigen met een hoog trekgewicht. De keuze voor elektrisch rijden draait daardoor steeds minder alleen om het fiscale voordeel en steeds meer om het totale kostenplaatje en de praktische inzetbaarheid.
Ook de MRB-korting voor elektrische personenauto’s wordt verder afgebouwd:
2027 en 2028: 30% korting;
2029: 25% korting;
vanaf 2030: geen korting meer.
Elektrisch rijden blijft daarmee volop in beweging. Het loont om niet alleen naar de fiscale voordelen van vandaag te kijken, maar ook naar de kosten en inzetbaarheid over de hele gebruiksperiode.
Zero-emissiezones vragen om een slimme planning
Voor bedrijfswagens worden zero-emissiezones steeds belangrijker. Vanaf 2027 komen er nieuwe zones bij in Alphen aan den Rijn en Venlo. In 2028 volgen onder meer Almere, Den Bosch, Dordrecht en Enschede. Binnen deze zones mogen alleen volledig emissievrije bedrijfswagens rijden.
Dat betekent niet dat je direct je hele wagenpark hoeft te vervangen. Begin met het in kaart brengen van het gebruik van je bedrijfswagens.
Kijk bijvoorbeeld naar:
Welke voertuigen komen regelmatig in een zero-emissiezone?
Welke voertuigen zijn binnenkort aan vervanging toe?
Welke routes kunnen elektrisch worden gereden?
Waar zijn laadmogelijkheden beschikbaar?
Welke voertuigen hebben specifieke eisen, zoals een hoog laadvermogen of trekgewicht?
Zo kun je gericht bepalen waar verduurzaming het meeste effect heeft.
Ook de regels voor bestelauto’s veranderen
Vanaf 1 januari 2027 verdwijnen de fiscale inrichtingseisen voor bestelauto’s. In plaats daarvan geldt voor de BPM een duidelijkere definitie: een bestelauto is een voertuig uit categorie N met een toegestane maximummassa van 3.500 kilogram.
Voor ondernemers betekent dit meer duidelijkheid bij de aanschaf, samenstelling en vervanging van bedrijfswagens. Het is daarom goed om bij nieuwe voertuigen niet alleen naar de praktische eisen te kijken, maar ook naar de fiscale gevolgen.
Kijk verder dan de aanschaf- of leaseprijs
Met alle veranderingen wordt het steeds belangrijker om niet alleen naar de maandelijkse leaseprijs of aanschafprijs te kijken. Total Cost of Ownership (TCO) geeft een completer beeld van wat een voertuig daadwerkelijk kost.
Denk bijvoorbeeld aan:
brandstof- of laadkosten;
onderhoud en reparaties;
verzekering;
belastingen;
afschrijving;
financierings- of leasekosten.
Door deze kosten over de volledige gebruiksperiode te bekijken, kun je verschillende scenario’s beter met elkaar vergelijken.
Dat kan betekenen dat je niet simpelweg kiest voor ‘doorrijden’, ‘opnieuw fossiel’ of ‘volledig elektrisch’. Per voertuig kan een andere oplossing het beste aansluiten bij de kosten, inzetbaarheid en planning van je organisatie.
Andere veranderingen om rekening mee te houden
Naast de pseudo-eindheffing, bijtelling en zero-emissiezones zijn er meer ontwikkelingen die invloed hebben op zakelijke mobiliteit.
CO₂-rapportage
De ondergrens voor de CO₂-rapportageplicht wordt vanaf 2027 verhoogd naar organisaties met 250 werknemers. Grotere organisaties blijven verplicht om mobiliteitsgegevens te registreren en te rapporteren.
Youngtimerregeling
Ook de fiscale regels voor oudere auto’s veranderen. De youngtimerregeling, waarbij de bijtelling wordt berekend over de waarde in het economisch verkeer in plaats van de oorspronkelijke cataloguswaarde, wordt de komende jaren geleidelijk versoberd.
De leeftijdsgrens verandert als volgt:
2026: 16 jaar;
2027: 17 jaar;
vanaf 2028: 20 jaar.
De eerder voorgestelde verhoging naar 25 jaar per 2027 gaat daarmee niet door.
Greentimerregeling
Tegelijkertijd wordt gewerkt aan een fiscale stimulans voor gebruikte elektrische auto’s. Vanaf 2029 zou voor een elektrische auto van 5 tot 8 jaar oud gedurende 3 jaar een bijtelling van 14% van de fiscale nieuwwaarde gelden.
De regeling is tijdelijk en loopt tot 2032. De laatste auto’s die hiervan gebruikmaken, stromen daardoor in 2035 uit.
Meer flexibiliteit in mobiliteit
Naast fiscale regels verandert ook de manier waarop organisaties naar mobiliteit kijken. Niet iedere medewerker of ieder voertuig heeft dezelfde mobiliteitsbehoefte. Daardoor kunnen verschillende oplossingen naast elkaar bestaan.
Denk bijvoorbeeld aan:
verschillende leasevormen;
tijdelijke mobiliteitsoplossingen;
deelmobiliteit;
fietslease;
een combinatie van auto en fiets.
Door mobiliteit breder te bekijken, kun je beter aansluiten op het gebruik én de behoeften van medewerkers.
Maak nu werk van je wagenpark
De belangrijkste boodschap? Wacht niet tot 2027. Door nu inzicht te krijgen in je voertuigen, gebruik, kosten en contracten, kun je vervangingsmomenten beter benutten en verrassingen voorkomen.
Een goede eerste stap is een wagenparkscan. Breng per voertuig onder andere de volgende gegevens in kaart:
leeftijd en kilometerstand;
gebruiker en type gebruik;
looptijd van het leasecontract;
huidige maand- en gebruikskosten;
brandstof- of laadkosten;
gepland vervangingsmoment.
Onderzoek vervolgens waar elektrificatie interessant is en bereken wat verschillende scenario’s betekenen voor de totale kosten. Zo maak je van de veranderingen geen losse fiscale puzzel, maar een onderbouwd plan voor je wagenpark.
Benieuwd wat Prinsjesdag betekent voor jouw wagenpark?
In onze nieuwste whitepaper zetten we de belangrijkste fiscale en mobiliteitsontwikkelingen overzichtelijk voor je op een rij.
[Download de whitepaper] Prinsjesdag 2026: zo maak je jouw wagenpark klaar voor 2027 | Broekhuis